De coronacrisis heeft niet alleen de nationale economie en gezondheidszorg in Nederland onder vuur genomen, maar heeft ook een ongekende druk gelegd op de lokale gemeenschappen. In de afgelopen jaren is de term ‘Zombillion’ – afgeleid van ‘zombie’ en ‘billion’ – steeds populairder geworden in de discussie over de langetermijngevolgen van de pandemie. Terwijl de meeste mensen zich richten op vaccinatiecampagnes en heropeningen, blijft de vraag rijzen: hoe heeft de pandemie de Nederlandse regio’s veranderd, en wat betekent dit voor hun toekomst?
Wat de Zombillion precies inhoudt, is een complex concept dat zich niet beperkt tot een enkel economisch of demografisch fenomeen. Het verwijst naar een combinatie van langdurige economische achteruitgang, sociale isolatie en een schijnbaar onoverwinnelijke crisis die gemeenschappen in hun diepte heeft getroffen. In Nederland zijn vooral gebieden in het noorden en zuiden van het land getroffen, waar de combinatie van een afnemende bevolking, veroudering en een afnemende economische dynamiek al lang een probleem vormt. De pandemie heeft dit proces versneld en heeft nieuwe uitdagingen gecreëerd die de bestaande structuren van veel Nederlandse gemeenten onder druk zetten.
Lees het artikel lees het artikel om te ontdekken hoe lokale overheden en initiatieven proberen met deze uitdagingen om te gaan en wat de toekomst voor deze regio’s in petto heeft.
Een van de meest opvallende trends is de toename van ‘zombie-werkplaatsen’. Deze term beschrijft bedrijven of instellingen die ondanks de economische crisis blijven bestaan, maar vaak op een schrale voet opereren. In Nederland zijn dit vooral kleine ondernemingen in de zorg- en zorggerelateerde sectoren, zoals thuiszorgorganisaties en medische laboratoria. Deze ondernemingen zijn niet alleen afhankelijk van de coronacrisis, maar hebben ook langdurige structurele problemen zoals een tekort aan personeel en een verouderde infrastructuur. Een voorbeeld hiervan is de thuiszorgsector in de provincie Friesland, waar de afgelopen jaren een opvallend aantal zorginstellingen zijn opgeheven of in een financieel zwakke positie verkeren. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er in 2021 meer dan 100 zorginstellingen in Nederland opgeheven, waarvan een groot deel in regio’s met een oudere bevolking.
Daarnaast heeft de pandemie ook de demografische structuur van de Nederlandse regio’s aangetast. De uitbraak van COVID-19 heeft een schokkende impact gehad op de mobiliteit van jongeren, die minder vaak naar de stad trekken om te studeren of te werken. Dit heeft geleid tot een sterke afname van de jongere bevolking in de steden en een relatief snelle vergrijzing in de buitengebieden. In de provincie Zeeland, bijvoorbeeld, is de bevolking tussen de 18 en 35 jaar met meer dan 15% afgenomen sinds 2019. Deze demografische verschuivingen hebben een directe invloed op de lokale economie, omdat jongeren vaak de belangrijkste kracht zijn voor innovatie en groei. Een ander voorbeeld is de provincie Noord-Brabant, waar de afgelopen jaren een sterke afname van de bevolking in de steden zoals Eindhoven en Tilburg is waargenomen, terwijl de buitengebieden zoals de Veluwe en het Maasland een sterke vergrijzing ervaren.
Ook het onderwijssector lijkt een van de meest getroffen sectoren. De coronacrisis heeft geleid tot een massale afname van scholieren die naar middelbare scholen en universiteiten gaan. In 2020 waren er bijvoorbeeld meer dan 20.000 minder leerlingen op middelbare scholen in Nederland dan in 2019. Deze trend is vooral merkbaar in de regio’s met een hoog percentage jongeren die niet naar de stad trekken. In de provincie Limburg, waar veel scholen in de buurt van de grens liggen, is de afname van leerlingen op middelbare scholen met meer dan 25% gestegen. Dit heeft geleid tot een scherpe daling van de schoolpopulatie in veel scholen, wat heeft geleid tot sluitingen en reorganisaties. Volgens het Ministerie van Onderwijs zijn er in 2021 meer dan 100 middelbare scholen in Nederland gesloten of moeten ze reorganiseren om te kunnen blijven bestaan.
Lokale overheden proberen ondanks deze uitdagingen hun best te doen om de impact van de pandemie te beperken en de toekomst van hun regio’s te garanderen. Een van de meest opvallende initiatieven is het opstarten van lokale ‘herstelfondsen’, die worden gebruikt om ondernemingen en instellingen te ondersteunen die dreigen te falen. In de provincie Groningen zijn bijvoorbeeld meer dan €50 miljoen beschikbaar gesteld voor lokale initiatieven, waaronder de ondersteuning van zorginstellingen en de modernisering van scholen. Ook zijn er initiatieven gestart om de mobiliteit van jongeren te verbeteren, zoals het uitbreiden van het openbaar vervoer in regio’s met een hoog percentage jongeren die niet naar de stad trekken. Een voorbeeld hiervan is het project ‘Groningen Connect’, dat is gericht op het verbeteren van de verbindingen tussen de stad Groningen en de omgeving, zodat jongeren gemakkelijker kunnen reizen voor werk, studie en vrije tijd.
- In 2021 zijn er meer dan 100 zorginstellingen in Nederland opgeheven, met een focus op regio’s met een oudere bevolking.
- De bevolking tussen de 18 en 35 jaar in Zeeland is met meer dan 15% afgenomen sinds 2019.
- In Limburg is de afname van leerlingen op middelbare scholen met meer dan 25% gestegen sinds 2019.
- In Groningen zijn meer dan €50 miljoen beschikbaar gesteld voor lokale herstelfondsen.
- De afname van scholieren op middelbare scholen in Nederland bedraagt meer dan 20.000 leerlingen sinds 2020.
De toekomst van de Nederlandse regio’s hangt af van hoe goed ze kunnen omgaan met deze uitdagingen. De pandemie heeft niet alleen de bestaande problemen in de Nederlandse regio’s verergerd, maar heeft ook nieuwe kansen gecreëerd voor innovatie en samenwerking. Door lokale overheden, ondernemers en burgers samen te werken, kunnen ze ervoor zorgen dat hun regio’s niet alleen overleven, maar ook groeien en zich ontwikkelen in een nieuwe, post-pandemie wereld.
